De Hoge Veluwe

Zelf woon ik in ede dat is ongeveer 20 min rijden van het park de Hoge Veluwe in Otterlo. Het Park De Hoge Veluwe wordt ook wel, de groene schatkamer van Nederland. Dat klopt ook wel wat een mooi stuk natuur gebied.

Het park beslaat 5.500 hectare bos, heidevelden, grasvlakten en zandverstuivingen en is het leefgebied van onder andere herten, moeflons en wilde zwijnen. Wandelend of op een gratis Witte Fiets kun je alle landschappen ontdekken, om vanzelf uit te komen bij het museum, de mooiste schatkamer die Nederland rijk is. De gratis witte fietsen (1.800 in totaal) staan bij de 3 ingangen van het park, bij het bezoekerscentrum en bij het museum.

Park De Hoge Veluwe

Het edelhert wordt wel de koning van het Park genoemd. Dat komt vooral door het imposante uiterlijk van een volwassen mannetje. Het kolossale gewei, de imponerende hals en de trotse houding; het hert heeft absoluut iets koninklijks.

In het Park leven ongeveer 200 edelherten. De mannetjes (herten) leven het grootste deel van het jaar samen in groepen die we roedels noemen. De vrouwtjes, de hindes, leven in die zelfde periode ook in roedels, samen met hun kalveren en eenjarige herten. De hindes dragen overigens geen gewei.

Edelherten zijn herbivoren, ze eten dus plantaardig voedsel. Ze voeden zich o.a. met gras, heide, boomschors, knollen, wortels, vruchten, zaden, knoppen, scheuten en loof van bomen.

Bronsttijd

Vlak voor de bronsttijd, die ieder jaar plaats heeft in september, wordt alles anders. De mannetjes verlaten hun roedel en trekken er alleen op uit. Dat ze zich anders gaan gedragen heeft te maken met een veranderende hormoonhuishouding. De testosteron die door hun lijf giert, maakt dat ze ook uiterlijk veranderen. Ze worden gespierder en rondom de hals vormen zich langere haren.

Wilde Zwijnen

Wilde zwijnen worden wel de nozems van het bos genoemd. De term, die tegenwoordig nauwelijks nog wordt gebruikt, betekent iets als ‘vrijgevochten en zelfbewust.’ Wilde zwijnen struinen overal rond waar ze voedsel kunnen vinden, maar als ze onraad bespeuren zijn ze zo weer weg. Het Park heeft een populatie van ongeveer vijftig wilde zwijnen.

Het wilde zwijn is een voorouder van onze ‘gewone’ varkens. De vrouwtjes, zeugen, leven met hun biggen en de biggen van het jaar ervoor in groepen (rotten). De biggen van het voorgaande jaar heten overlopers. De volwassen mannetjes, de keilers, leven alleen. Ze hebben flinke slagtanden, ook wel geweren genoemd. Die geweren blijven groeien totdat de keiler ongeveer vier jaar oud is.

Wilde zwijnen zijn alleseters; omnivoren dus. Ze eten o.a. eikels, kastanjes, wortels en knollen, maar ook wormen, larven en soms staan er zelfs knaagdieren op het menu. Ze wroeten daarbij vaak in de bodem, op zoek naar alles wat eetbaar is. De omgewoelde grond komt u overal in het Park tegen en dan vooral in de herfst, als de zwijnen druk bezig zijn een vetreserve op te bouwen voor de winter.

Vooral ’s zomers hebben de zwijnen last van parasieten die zich in hun vacht nestelen. Daarom gaan ze vaak liggen rollen in modderige kuilen, om zich vervolgens, als de modder is opgedroogd, te schuren aan een boomstam. Door het schuren raakt het zwijn de modder, met daarin de gestikte parasieten, kwijt.

Winter in De Hoge Veluwe

Het nationale park De Hoge Veluwe is in elk seizoen aantrekkelijk. Elke dag is anders. Ook in de winter is een bezoek aan het park aantrekkelijk. “De kale bomen en de rust zorgen voor een perfect plaatje en er worden diverse activiteiten voor jong en oud georganiseerd,” meldt de parkbeheerder op de website.

Leave a comment